Naar de inhoud
Home  ›  Bureaus & Werkplek  ›  Wettelijke temperatuur op het werk in België: wat mag en wat moet?
Bureaus & Werkplek

Wettelijke temperatuur op het werk in België: wat mag en wat moet?

Te koud in de winter, te warm tijdens een hittegolf: de temperatuur op de werkvloer is elk seizoen goed voor discussie. In België is er nochtans duidelijke regelgeving. De Codex over het welzijn op het werk legt minimumtemperaturen vast en bepaalt welke maatregelen een werkgever moet nemen bij warmte. We leggen uit wat mag, wat moet en wat je kunt doen voor extra comfort.

Wat zegt de wet?

De regelgeving rond thermische omgevingsfactoren onderscheidt vijf categorieën van werkintensiteit, uitgedrukt in energieverbruik (Watt). Hoe zwaarder het werk, hoe lager de minimumtemperatuur — want wie zwaar werk verricht, produceert zelf meer lichaamswarmte. Voor elke categorie geldt een minimumtemperatuur.

Minimumtemperaturen per werkbelasting

Werkbelasting Voorbeeld Minimumtemperatuur
Zeer licht Zittend kantoorwerk 18 °C
Licht Licht handwerk, staand 16 °C
Halfzwaar Matig fysiek werk 14 °C
Zwaar Zwaar fysiek werk 12 °C
Zeer zwaar Zeer zware arbeid 10 °C

Voor klassiek kantoorwerk — zittend en zeer licht — geldt dus een wettelijk minimum van 18 °C. Zakt de temperatuur daaronder, dan moet de werkgever ingrijpen.

En bij warmte?

Voor hitte werkt de Codex met maximale actiewaarden, gemeten als WBGT-temperatuur (een index die warmte, vocht en straling combineert). Voor licht werk ligt die actiewaarde rond 29. Wordt die overschreden, dan moet de werkgever maatregelen nemen, zoals:

  • het voorzien van verfrissende dranken;
  • technische maatregelen zoals ventilatie of zonwering;
  • het inlassen van rustpauzes;
  • het aanpassen van de werkorganisatie of werkuren.

De exacte drempels en verplichte maatregelen hangen af van de werkintensiteit en de omstandigheden — bij aanhoudende hitte gelden striktere regels.

Comfort gaat verder dan de wet

De wettelijke minima zijn een ondergrens, geen streefdoel. Voor een prettige, productieve werkplek let je ook op:

  • Tocht: een koude luchtstroom voelt onaangenaam, ook bij een correcte temperatuur.
  • Luchtvochtigheid: te droge lucht (vaak in de winter door verwarming) irriteert ogen en luchtwegen.
  • Individuele verschillen: niet iedereen ervaart temperatuur gelijk. Ruimte voor persoonlijke aanpassing (een extra laag, een plek uit de tocht) helpt.

Een doordachte kantoorinrichting met goede ventilatie en zonwering maakt het makkelijker om binnen de comfortzone te blijven.

Wie is verantwoordelijk?

De werkgever is verantwoordelijk voor een gezonde werkomgeving en moet de risico’s rond temperatuur opnemen in de risicoanalyse. Werknemers die structureel te warm of te koud zitten, kaarten dit best aan bij hun leidinggevende, de preventieadviseur of het comité voor preventie en bescherming op het werk.

Bron: Codex over het welzijn op het werk, Boek V, Titel 1 (Thermische omgevingsfactoren), FOD Werkgelegenheid. Dit artikel is informatief en vormt geen juridisch advies.


Voor zittend kantoorwerk (zeer lichte werkbelasting) geldt een wettelijk minimum van 18 °C volgens de Codex over het welzijn op het werk.


Niet zomaar. Bij overschrijding van de actiewaarden moet de werkgever maatregelen nemen (dranken, ventilatie, pauzes). Kaart aanhoudende problemen aan bij je preventieadviseur.


Nee, die verschilt per werkintensiteit. Voor zwaar werk ligt het minimum lager (tot 10 °C), omdat het lichaam dan zelf meer warmte produceert.


Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *